De Kunstenares
De rode draad
In het begin was er de slamandje van metaaldraad: de transparante wereld tegen een blauwe lucht. Als een vlijtige Penelope rafeld ik de klos af door aan de draad te trekken, en liet hem niet meer los... Gedurende 20 jaar werkte ik als orthopedagoog en begeleidde ik creatieve en expressieve ateliers met volwassenen met een verstandelijke beperking; in contact met hen improviseerden onze handen verhalen naargelang onze gevoelens.
Na een ongeluk voelde ik de behoefte mijn eigen weg te gaan. Met mijn eerste klos, mijn tien vingers en een tang begon ik mijn canvas te weven: de lijn werd een spoor, de draad werd inslag, de inslag werd vorm en leefde op. Eerst via 'Reparaties' stelde ik puzzels van gebroken voorwerpen opnieuw samen om ze nieuw leven in te blazen. Imaginair of onvoltooid, verschenen de gezichten vervolgens glimlachend of melancholisch, ongetwijfeld mijn gemoedstoestanden. De carrousel draait sneller, de dieren marcheren voorbij, de slagschaduwen versterken de muziek en de abstractie onthult zich in ritmen en vibraties.
Op technisch vlak is improvisatie de regel; de draad en ik tasten samen de weg af, de verrassing ligt aan het einde, de slagschaduw brengt zijn magie mee. Soms zijn de beperkingen te groot; dan trek ik, als Ariadne, aan de draad om uit het labyrint te ontsnappen en andere verhalen te schrijven... Het is niet verwonderlijk dat in mijn Pantheon Giacometti, Matisse, Calder en Morandi naast elkaar staan.
Myriam Louvel
Blikken
Wat ik als eerste opmerk is deze indruk van delicaatheid, kwetsbaarheid, breekbaarheid, antithetisch met het materiaal: ijzer. IJzer roept iets ruigs, grofs, brutaals op. Het is de machine, het wapen, de oorlog. Myriam speelt daarop in en dat werkt goed.
Deze structuren definiëren een leegte die vol wordt: het is bijna meer wat de metaaldraad omlijnt dat belangrijk is dan de draad zelf. Het doet denken aan bepaalde Chinese en Japanse schilderijen en die filosofie van het volle en het lege. Het behoort tot het domein van de kalligrafie in de ruimte.
Pierre Auclerc-Galland
Schilder
Ze heet Myriam Louvel, een Franse kunstenares, een tekenares zoals geen ander: ze heeft het potlood vervangen door metaaldraad.
Tekeningen die echte driedimensionale sculpturen worden, tegelijk breekbaar omdat ze aan slechts één draad hangen, maar ook sterk dankzij hun metalen structuur.
Maar hier is het tegenovergestelde het geval: de gezichten stralen een uitdrukking, een emotie uit. De kunstenares heeft het ijzer weten te temmen en wekt de indruk dat deze draden uiteindelijk soepeler zijn dan ze lijken.
Marie-Madeleine Massé
Schrijfster · Fragment uit haar boek «De kunst van de draad: In de hedendaagse creatie»
Op het exacte kruispunt van draad (breekbaar) en ijzer (solide) verkent het spinachtige werk van Myriam Louvel lichtheid, strengheid en poëzie. De kunstenares geeft de starre materie een onvermoede souplesse, vormt haar met een gebiedend gebaar en legt haar de orders en grillen van haar verbeelding op. Een lijn? Een volume? Naargelang... Naargelang men de meanders volgt van de zwarte lijn die zich in de ruimte aftekent en met het licht speelt, of naargelang de blik zich nestelt in het hart van een weefsel van dichte transparanties en vibrerende vlakken. Ze creëert haar eigen alfabet en dus haar eigen schrift. Er zijn passages, herhalingen, circulaties... Er is een kluwen, een warboel, en tegelijk een constructie, een structuur; als een mentale bouw doorweven met anarchistische dromen. Onderdompelen in dit werk leidt tot de duizeling van een gesuggereerd, ongrijpbaar oneindig.
Lionelle Courbet
Galeriehouder